Je kent het vast wel, haak- of breiwerk opgezet, maar hoeveel steken waren het ook alweer? Je begint weer opnieuw te tellen, halverwege komt er iemand binnen die graag aandacht wil (de hond, kat, kind, manlief…) tel weer kwijt… Dat kan knap frustrerend zijn bij poging 3!

De tip van deze week gaat over handige dingetjes om het je gemakkelijker te maken. Zodat je niet elke keer opnieuw hoeft te tellen, of dat je weet waar de toer begonnen is.

Steekmarkeerders van Durable of de hartjes van Addi

Amigurumi

Bij de amigurumi (knuffels) haak of brei je vaak in de rondte, spiraalsgewijs. Vaak zit de steken zo dicht op elkaar dat je niet goed meer kunt zien waar je begonnen bent met een toer. Je kunt hiervoor bij de eerste steek een stukje draad meehaken (of breien) in een andere kleur. Of gebruik maken van een steekmarkeerder, deze zet je vast in de eerste steek van je toer.

Allebei is prima, draadjes heb je vaak nog wel in de mand liggen, nadeel hiervan is dat ze er uitgaan als je iets te hard trekt. Steekmarkeerders zitten meestal in een blikje of zakje, deze zet je vast en kunnen daarna geen kant meer op.

Dekens, truien en vesten

Bij dekens en truien zet je vaak heel wat steken op. Waardoor je snel de tel kunt kwijtraken, al is het bij de meeste patronen toch echt wel handig om te weten of je op de goede weg bent. Het is natuurlijk jammer als het niet helemaal uitkomt.

Als hulpmiddel kun je ook hier dezelfde steekmarkeerders gebruiken. Veiligheidsspelden of echte steekmarkeerders bijvoorbeeld. Je zet na iedere 20 steken een markering vast. Zo weet je precies waar je bent gebleven, en gaat het tellen een stuk gemakkelijker!

Losse draadjes zoals bij de amigurumi zou ik niet doen, omdat deze veel te snel losschieten.

Om de zoveel steken een markering voor het tellen.

Leave a Reply